Vertrek Jan Deduytsche

Jan Deduytsche neemt afscheid van Uit De Marge

Na vier jaar dienst als coördinator bij Uit De Marge neemt Jan Deduytsche afscheid van deze functie. Hij kijkt hier terug op zijn periode bij Uit De Marge en geeft de jeugdwelzijnssector, het team van Uit De Marge en zijn opvolger een aantal tips voor in de toekomst.


Jan Deduytsche.jpeg Wat deed jou beslissen om te vertrekken?
Jan: “Ik wou iets doen wat rustiger is zodat ik dat beter kon combineren met mijn gezin. Ik heb kinderen die in de lagere school zitten en ik wil nu meer tijd met hen doorbrengen. Omdat ik verder wil bezig zijn met de thema’s jeugd en/of maatschappelijk kwetsbare groepen ga ik dit najaar werken voor de afdeling Jeugd van de Vlaamse overheid. Concreet zit ik dan bij een team dat subsidies beheert van het landelijk jeugdwerk.”

Hoe ben je begonnen in het jeugdwerk?
Jan: “Het verhaal begint bij vzw Jong waar ik zes jaar als coördinator werkte. Nadien vroeg Uit De Marge in 2008 om verenigingen te begeleiden waar armen het woord nemen en die willen starten met jeugdwerk. Dat deed ik twee jaren. Na een jaar als opleidingshoofd in de Karel de Grote hogeschool kon ik terug bij Uit De Marge aan de slag als beleidsmedewerker. Eind 2012 werd mij gevraagd om coördinator te worden.”

Intussen ben je ook meer betrokken bij het CMGJ (Centrum voor Maatschappelijke Gelijkheid en Jeugdwelzijn) in Limburg.

Jan: “Op dit moment is dat omdat we in het voorbije jaar zijn begonnen met de voorbereiding van een fusie van Uit De Marge en het CMGJ. Eigenlijk fusioneert Uit De Marge met een organisatie aan wie het twee keer zijn bestaan te danken heeft: Uit De Marge is deels opgericht door dezelfde mensen die aan de wieg van het CMGJ hebben gestaan. Later in 2002 gaf het CMGJ ons ooit een nieuwe impuls toen het moeilijk ging met Uit De Marge.”

Naast die verandering zag je nog andere grote veranderingen bij de organisatie van Uit De Marge?

Jan: “Een paar jaar geleden waren we vooral actief op de tweede lijn. Door lokale besturen meer advies te geven over hun beleid zijn er nu veel meer lokale jeugdopbouwwerkers in ons team. Het team van Uit De Marge is ook diverser geworden. Er waren altijd verschillende opleidingsniveaus maar nu is ook de etnisch-culturele diversiteit toegenomen. Dat is sowieso belangrijk omdat die toegenomen diversiteit gewoon een realiteit is in onze samenleving maar bij onze sector is dat ook belangrijk voor een betere voeling met onze doelgroep.

Zijn er nog andere veranderingen die je positief vindt?

Jan: “Ik zie dat we in onze vormingen en studiedagen de jongeren zelf meer aan het woord laten.”

Wat zal jouw leukste herinnering zijn aan je tijd bij Uit De Marge?
Jan: “Er zijn er veel, dankzij een heel fijn team waarmee ik graag samenwerk. Het congres is altijd een speciaal moment in het jaar: als je samen naar die dag van het congres toegeleefd hebt en dan een moment hebt waar iets wat grote samenwerking vraagt gelukt is. Ik ben blij dat de sector veel interesse toont en dat de reacties de laatste jaren positief zijn. Het leukste is dat ik vorig jaar zelfs niets hoefde te doen en dat het team alles zelf organiseerde.”

Is er iets wat je minder positief vindt?
Jan: “In 2014 kwam er een decreet over het lokale jeugdbeleid. Daarbij konden we de Vlaamse overheid en de minister van Jeugd overtuigen om het budget voor het lokale jeugdwerk met maatschappelijk kwetsbare kinderen en jongeren te verhogen. Dat werd een paar jaar nadien afgeschaft door een nieuwe regering. Ik betreur dat we niet in staat waren om zoiets te vermijden.”

“Een andere situatie is hoe de internationale politieke context de kijk naar jongeren met een migratiegeschiedenis beklemmender heeft gemaakt. Er kwam in die kijk een focus bij van ‘radicalisering’ en ‘deradicalisering’. Dat maakt dat mensen nu ook feller scheef bekeken worden door geloofsovertuiging en ‘identiteit’, naast huidskleur en afkomst. Dit is het gevolg van een samenleving die er niet in slaagde om een groep jongeren eerlijke kansen te geven waardoor een deel van die jongeren vatbaarder werd voor extremistische ronselaars.”

Welk advies heb je voor de jeugdwelzijnssector?
Jan: “Ik raad aan om op te letten dat ‘participatie’ niet wordt herleid tot een plezante activiteit. Vandaag zijn er veel adviesbureaus die allerlei ludieke methodieken aanraden waarbij er geen aandacht of ruimte is om echt te luisteren naar de kinderen en jongeren. Het jeugdwelzijnswerk onderscheidt zich door te zorgen dat kinderen en jongeren hun verhaal kwijt kunnen via de vrije tijd om op die manier dingen mee te veranderen in de maatschappij. Dat kan gaan over de manier waarop kinderen en jongeren een speelpleinwerking willen inrichten, of over hun mening over het beleid van de school of het lokaal bestuur.”

En welk advies heb je voor de volgende coördinator?

Jan: “Zorg goed voor het team. Een organisatie werkt goed als het team zich goed voelt. Daarnaast moeten we meer zichtbaar maken wat we doen. Dat is een werkpunt voor de hele sector. We leven in een wereld waar beelden en getuigenissen heel belangrijk zijn. We mogen ons echter hier niet in verliezen, het mag geen show worden. En mijn laatste advies is om vooral tegendraads te blijven. Om altijd vanuit het perspectief van de kinderen en jongeren te handelen, ook als je daardoor op zere tenen trapt.”

Interview door Hasna Ankal - CMGJ
Website Uit De Marge: www.uitdemarge.be
� 2010 - 2018 CMGJ vzw | Trichterweg 6 - 3600 Genk